Dat betekende wat in de middeleeuwen! Als je je stad mocht noemen. Dan kon je een beetje je eigen baas zijn, geld verdienen aan de handelaars die de stad in wilden, een eigen rechtbank inrichten. En nog veel meer. Het staat allemaal te lezen in de Stadsrechten, die Alkmaar in 1254 kreeg van Graaf Willem II van Holland. Er bestaat nog een kopie uit 1325 met 71 artikelen maar liefst waarin precies is beschreven wat de stad zelf mocht doen en wanneer de graaf nog de baas was. Dat grote voorrecht kreeg de stad niet zo maar. Een zware delegatie moest ervoor naar Leiden, waarvandaan de graaf Holland bestuurde. En het kostte de Alkmaarders ook veel geld. Maar de bloei van onze stad begon er mee. Graaf Willem had er ook belang bij. Alkmaar was nog maar klein, maar lag op een strategische plek, waar je de veenrivier De Rekere kon oversteken. De burgers van de stad moesten goed bewapend de noordgrens van zijn graafschap Holland kunnen verdedigen.  Want aan de andere kant van de grens had je die lui van Hoorn en omgeving, de woeste Westfriezen, die Alkmaar en de omringende dorpen menigmaal kwamen plunderen. Dat moest maar eens afgelopen zijn. Hij liet zijn belastinginner wonen in een stenen huis aan de Pieterstraat, dat wij nu kennen als het Willemshuis. Willem bouwde ter bescherming kasteel De Torenburg bij de stad. Zoon Floris V voegde daar later nog de kastelen Middelburg en Nieuwburg aan toe. De grafelijke soldaten moesten samen met de weerbare dappere Alkmaarders voor veiligheid en vrede zorgen. Dat lukte uiteindelijk, maar Willem zelf verloor het leven bij zijn strijd tegen de Westfriezen. Zwaarbewapend zakte hij door het ijs bij Hoogwoud. Die lui van Hoorn wisten daar wel raad mee.