Ook de zoon van graaf Willem II, Floris V, had veel te stellen met de Westfriezen. Floris was evenals zijn vader Willem zeer gezien in onze stad en streek. Niet alleen maakten zij echt werk van de verdediging tegen de plunderende Westfriezen. Willem II begon met de bouw van de dwangburchten rond de stad en Floris V versterkte die en bouwde er nog een aantal bij. Maar ook maakten zij werk van de strijd tegen het water. Dijken werden aangelegd, sluizen gebouwd. Het ging de boeren daardoor voor de wind met steeds betere oogsten. Alkmaar kon zich profileren als marktstad voor de boerenhandel. En verdiende goed. Als we de Westfriezen maar onder de duim hielden. Maar toen Floris V laf werd vermoord in 1296 bij Muiden door concurrerende edelen wegens een internationale kwestie met Engeland en Frankrijk, zagen de plunderaars weer hun kans schoon. Op 27 maart 1297 trekken zij op tegen Alkmaar en legeren zich bij de Vronermeer. Jan van Renesse leidt het leger van de graaf en de Alkmaarders. Bij de slag bij het dorp Vrone vinden veel Westfriezen de dood of worden voor hun leven verminkt. Bij St. Pancras zijn skeletten gevonden met sporen van geweld. Na deze bloedige slag is het verzet van de Westfriezen definitief gebroken. De dwangburchten met de soldaten van de graaf houden de Westfriezen voortaan in bedwang. In de Grote Kerk wordt nog de grafsteen bewaard (van kort na het leven van Floris V, geplaatst op een latere tombe uit de 16e eeuw) waaronder de potten met de ingewanden van Floris V lange tijd waren begraven als eerbetoon aan een zeer geliefde vorst. De hazewindhonden van Floris V weken zelfs niet van zijn Alkmaarse graf, vertelt de legende.