Wij vinden onze Grote Kerk nog steeds een enorm gebouw in onze stad. We zijn er zuinig op. Ons mooiste monument. Maar hoe onvoorstelbaar groot moet het niet hebben geleken voor onze voorouders, die de bouw aandurfden. Dat duurde 50 jaar, een mensenleven in die tijd, van 1470 tot 1520. Alkmaar was toen een veel kleinere stad. Er woonden bij het begin van de bouw ca. 4000 mensen, bij de voltooiing ca. 7000, in meestal kleine, lage huizen. Wat een prestatie. Voor onze vroegere stadgenoten moet het het grootste gebouw zijn geweest dat ze in hun leven zagen. Op die plek stonden al eerder kerken. Al in 1063 vermelden de bronnen een Capella Alcmere, een kapel dus. In 1116 wordt in een akte over begrafenisbelasting de naam St. Laurentius genoemd. Alkmaar was toen wellicht al een zelfstandige parochie? Als de kerk te klein wordt, bouwt men er net zo’n kerk tegenaan. Die dubbelkerk wordt vernoemd naar de heiligen Laurentius en Matthias, de schutspatronen van de stad. Als in 1468 een kerktoren instort,  besluit men een nieuwe, fors grotere kerk te gaan bouwen in de stijl van de Brabantse gotiek. De beroemde bouwmeester Keldermans komt er voor uit Mechelen. Van een nieuwe toren is het niet meer gekomen, hoewel men dat wel van plan was, laat een oud schilderij in de kerk nog zien. Westelijk van de kerk is zelfs een indrukwekkende torenfundering gevonden. Maar was het geld toen op? Vertrouwde men de zachte bodem niet? Na 1572 gaat de als Rooms-katholiek gebouwde kerk verder als Hervormde Kerk, zoals op veel plaatsen in ons land gebeurde na de Reformatie. De eerste hervormde predikant was Jan Arentsz, naar wie een scholengemeenschap in de stad is vernoemd. Grote restauraties in de 20e eeuw hebben er voor gezorgd, dat de kerk nu zo’n mooi monument is. Er is geen kerkelijke gemeente meer aan verbonden. Het gebouw is de ‘huiskamer van de stad’, voor de hele bevolking bij concerten, tentoonstellingen, beurzen en feesten.