Tot twee keer toe belandt Alkmaar in de roerige 15 eeuw in groot conflict met zijn vorst en beide keren loopt het slecht af. Het is de tijd, dat de strijd wordt uitgevochten tussen de steeds machtiger wordende steden en de edelen. Wie is er eigenlijk de baas? In 1425 richt de stad zich tegen de machtige Filips van Bourgondië, die in een slepende oorlog was verwikkeld met Jacoba van Beieren, de gravin van Holland. Alkmaar en het volk van Kennemerland krijgen belangrijke privileges van Jacoba, om toch maar aan haar kant te blijven. Maar daarmee staat de stad ook tegenover een sterke vijand. Met Filips van Bourgondië viel niet te spotten. Jacoba verliest uiteindelijk haar macht. Alkmaar wordt zwaar gestraft voor zijn ‘opstand’. Stadsrecht en andere privileges kwijt, stadspoorten eruit, zelfs de stadsmuren neer. En grote geldboetes. De stad verarmt, is officieel geen stad meer. En kan zich zonder stadspoorten en muren niet verdedigen tegen roversbenden en muitende soldaten. Het trotse vaandel van Alkmaar hangt nota bene hatelijk als oorlogstrofee in de Grote Kerk van Hoorn, dat niet zo lang achter Jacoba aan was blijven lopen. In de loop der tijd wordt de oude situatie weer hersteld. In 1456 volgt er algehele vergiffenis en staat Alkmaar weer als stad op de kaart. Maar aan het eind van de eeuw gaat het weer mis. Dan keert de stad zich tegen Maximiliaan van Oostenrijk, ook van het Bourgondische huis. In een tijd van grote depressie pikt de stad de nieuwe belasting van Maximiliaan niet. Ruitergeld, om zelf de soldaten te betalen, die de stad onder de duim moesten houden! Het moest niet gekker worden. De opstand van het ‘Kaas- en Broodvolk’ is geboren. Het huis van de belastinginner Claes Corff, de vertegenwoordiger van de graaf, wordt bestormd. Zijn arme knecht vindt er de dood bij. De Alkmaarders rukken samen met de Haarlemmers op tegen de graaf in Leiden. Maar zonder succes. Bij Heemskerk wordt het leger van de opstandelingen gedood en vinden 200 Alkmaarder de dood. De straf van de graaf is opnieuw erg zwaar. De opbrengsten van het grafelijke waagrecht gingen tot dan toe naar de Alkmaarse schutterij. Voortaan mocht Claes Corff er zijn zakken mee vullen!