Nederland deed zijn uiterste best om buiten de Grote Oorlog te blijven. Wij verklaarden ons neutraal. Maar uitgerekend Alkmaar kreeg in het neutrale Nederland het eerste te maken met buitenlandse soldaten. Al binnen een week na het begin van de Eerste Wereldoorlog (28 juli 1914) liepen de Alkmaarders uit om zich op het stationsplein te vergapen aan de zojuist gearriveerde Belgische en Duitse soldaten. Die hielden het bij het eerste treffen vlakbij onze Limburgse grens voor gezien en zochten hun heil in ons land. De regering verplaatste de gevluchte soldaten zo snel mogelijk naar de andere kant van het land. In Alkmaar stond de Kadettenschool aan de Wilhelminalaan leeg. Dat kwam goed uit. De Rijks HBS op de Paardenmarkt bood ook opvangruimte. Als neutrale overheid gaven wij beide soorten soldaten uiteraard een gelijkwaardige behandeling. Na enkele maanden vond men definitieve oplossingen in gescheiden kampen in o.a. Bergen en Zuid-Friesland. Ons leger was gemobiliseerd. Veel jonge mannen uit de stad lagen te wachten in de grensstreek op wat er ging gebeuren en verveelden zich stierlijk. Thuis was het wellicht moeilijker naarmate de oorlog voortduurde want aan alles was gebrek door de handelsblokkades op de Noordzee. Eten en goederen gingen op de bon. Met een goed uitgedacht distributiesysteem probeerde de overheid het schaarse eten zo goed mogelijk te verdelen, niet alleen voor de eigen bevolking, maar ook voor de duizenden Belgische vluchtelingen, die in onze stad en streek een veilige haven vonden. Achteraf gezien heeft Nederland nooit zo gezond gegeten als toen: weinig vet, veel groente en vaak vegetarisch. Het was na de oorlog te merken aan gezondere baby’s en vermindering van ziektes. In het (particulier) museum Le Poilu in de Doelenstraat krijgen we een beeld hoe verschrikkelijk het eraan toeging in de loopgravenoorlog voorbij onze grenzen. In 1917 zag Alkmaar voor het eerst onderzeeërs,  Van de Duitse marine. Er werden er drie in Alkmaar gestald. De UB-30 bijvoorbeeld. Die was bij  Domburg in Zeeland gestrand. In Alkmaar werd hij bewaard in het Noordhollandsch Kanaal bij de stad. Hij is in 1917 teruggegeven aan Duitsland. Een jaar later vond hij zijn einde voor de kust van Engeland, met dieptebommen tot zinken gebracht. De andere twee werden na de oorlog in Engeland en Frankrijk gesloopt.