Het binnentrekken van de Duitse troepen in Alkmaar ging zonder schermutselingen. Nederland had gecapituleerd, verder bloedvergieten werd voorkomen. Het contrast voor de toeziende burgers was wel groot. De gemobiliseerde slecht uitgeruste Nederlandse soldaten werden in het straatbeeld vervangen door zwaarbewapende Duitsers. De jeugd keek zijn ogen uit terwijl de oudere Alkmaarders nog niet wisten wat hun te wachten stond. In de eerste oorlogsdagen had Alkmaar hals over kop nog een groot deel van de Amersfoortse bevolking moeten opvangen, die in de vuurlinies dreigde te komen met hun stad. Dat het met de middelen van die dagen lukte om onverwacht 20000 mensen te voeden en een dak boven het hoofd te geven mag een wonder worden genoemd. Hoe groot was Alkmaar zelf helemaal in die dagen. De dankbare Amersfoorters schonken de stad in 1941 een fraai glas-in-loodraam, dat een plek kreeg in het Stadhuis. De Jodenvervolging had tot gevolg dat alle Joodse stadgenoten op 5 maart 1942 via Amsterdam en Westerbork naar de concentratiekampen werden gestuurd. De familie Drukker bijvoorbeeld, via Westerbork en  Theresiënstadt kwamen zij in Auschwitz, vanwaar zij niet terugkeerden. Het grote poppenhuis van Marjan Drukker was in 2013 korte tijd in het Stedelijk Museum te zien.  Nu staat het weer in het poppenhuismuseum te Breda. Enkelen keerden terug na de oorlog. In de stad liggen zgn.  Stolpersteine, struikelstenen, om te laten zien waar de gedeporteerde Joden woonden. In 2009 kon de voormalige synagoge in de Hofstraat na zorgvuldige restauratie weer aan de Joodse gemeenschap worden teruggegeven. De synagoge vervult sindsdien een culturele functie in onze stad. Behalve Joodse slachtoffers waren er ook die vielen door deelname aan het verzet. Alkmaar had vanaf 1943 een dappere knokploeg, die in de hele provincie opereerde. Door verraad en valstrikken verloren jonge mannen het leven. De bekendste van hen is Frits Conijn. Op de Harddraverslaan bevindt zich het Alkmaars oorlogsmonument, waar vijf verzetsmensen, slachtoffers van een fusillade op 17 november 1944, worden herdacht. Vlak voor de bevrijding waren er in de weilanden rond Alkmaar voedseldroppings uit de lucht, waar de hongerende Alkmaarse bevolking reikhalzend naar had uitgekeken. Daarna was het op 5 mei 1945 al snel groot feest in de Langestraat en op de pleinen in de stad. Niet aan de Westerweg en op het Schaepmanplein, waar interneringskampen werden ingericht voor gearresteerde ‘foute’ stadgenoten.