Na de Tweede Wereldoorlog wordt al snel duidelijk – opnieuw, want ook in 1925 had men zich het hoofd gebroken over de verkeersdrukte -, dat het moderne autoverkeer de binnenstad van Alkmaar uit zijn voegen laat barsten. Het middeleeuwse stratenplan was eeuwenlang voldoende geweest voor het stapvoets voortbewegende verkeer. Maar die tijd was definitief voorbij. Er werd in 1950 een verkeerscommissie ingesteld. Die kwam er ook niet uit. De rijksplanoloog prof. Wieger Bruin kreeg in 1955 de opdracht een plan te bedenken. Hij had vele gehavende steden in Nederland na de oorlog geholpen met de wederopbouw. Van hem werd de oplossing verwacht. Hij presenteerde zijn eerste plan in 1958. Hij stelde voor alle grachten behalve de Oudegracht en de Lindengracht te dempen en een verkeersweg van zuid naar noord door het centrum te trekken. Daarvoor zouden in het oostelijk stadsdeel vele huizen moeten worden gesloopt. Er kwam forse kritiek, wat weer nieuwe plannen opleverde: in 1960, 1964 en 1967. Uiteindelijk was de maat vol. De bevolking wilde dit niet. De Historische Vereniging Alkmaar (toen nog Oud Alkmaar geheten) was prominent aanwezig in het verzet, met name via zijn strijdbare voorzitter Hendrik Ringers. En de heer Hofstee, de directeur van verzekeringsmaatschappij ’t Hooge Huys, liet maar liefst een ezel rondlopen in de stad.  Op het bord op zijn rug stond te lezen ‘Wieger Bruin is een ezel’. Het compromis werd gevonden in de verbreding van het wegdek van Luttik Oudorp en Verdronkenoord. Het oostelijk stadsdeel werd niet afgebroken, maar juist gerenoveerd. De nieuwe Nieuwlanderbrug over de Oudegracht was alvast klaargemaakt voor de brede verkeersweg, die gelukkig toch nooit door het oude centrum kwam. Inmiddels is ook die brug weer verdwenen. Bij de nieuwste, een replica van de vroegere ophaalbrug op die plek, is aan de walkanten nog te zien hoe Wieger Bruin zich voorstelde dat de auto’s ruim baan zouden krijgen in het historische centrum. Na dit mislukte project zou men kunnen weten, dat een historische stad geen druk autoverkeer verdraagt. Verkeersluw toegangsbeleid is de enige oplossing, wil men de monumentenschat voor de toekomst bewaren.