In 1972 krijgt Alkmaar er een interessante groep woningen bij. Een aantal flatgebouwen met een sportzaal. Het complex krijgt de naam Casa Rosa. Er komen geen Alkmaarders wonen, maar 600 Spaanse gastarbeiders van de Hoogovens, die iedere dag gehaald en gebracht worden met hun eigen Hoogovens busdienst. Het was de eerste lichting immigranten, waar Alkmaar  kennis mee maakte. Nederland zelf had te weinig arbeidskrachten voor de snel groeiende economie. Er werden wervingsverdragen gesloten met Spanje, Portugal, Italië, Griekenland, Marokko en Turkije. Alkmaar zag de bevolkingsdiversiteit al snel terug in de winkelstand en in de komst van uitheemse eethuisjes en restaurants. Inmiddels zijn er weinig culturen, waarvan we niet in de stad de keuken kunnen leren kennen. Een Marokkaans restaurant ontbreekt nog. Waar de Nederlandse groenteboer verdween naar de supermarkt, kwam de Turkse groenteboer er voor in de plaats. De Turkse gemeenschap is de tweede van onze stad. De werkers uit de Mediterrane landen brachten ook het islamitisch geloof in de stad. Op verschillende plekken verrezen moskeeën of werden bestaande gebouwen daarvoor ingericht. De immigratiemogelijkheden werden later beperkt. De regering trok liever hoger opgeleiden aan toen door de automatisering duidelijk werd, dat er in de toekomst minder behoefte  zou zijn aan laag geschoolde arbeid. Casa Rosa kwam leeg te staan. De gastarbeiders keerden terug naar hun land of integreerden in onze samenleving met een eigen huis voor hun gezin. Door oorlogen op de Balkan, in Afrika en het Midden-Oosten kwam er echter een gestage vluchtelingenstroom op gang. Casa Rosa aan de Picassolaan ging in 1989 ‘de Vluchthoef’ heten en kreeg als azc voor de vluchtelingen een tweede leven. De nieuwste stroom vluchtelingen wordt gehuisvest in het voormalig belastingkantoor aan de Robonsbosweg, dat daartoe in 2016 volledig is verbouwd.